De computer is goed, de juf is beter
Computers geen oorzaak van motivatie
20 september 2008
Scholen die de computer te weinig gebruiken, krijgen geheid ongemotiveerde leerlingen, waarschuwt de Onderwijsraad. En inderdaad: kinderen zijn gek op computers. Maar de computer als ultieme motiverende factor? Nou, nee. "Zet een hoed op, praat met een andere stem, en ze liggen aan je voeten."
"Op de basisschool
horen geen beeldschermen." Kinderarts
dr. Edmond Schoorel weet dat hij
er in de ogen van velen een hopeloos
ouderwets standpunt op na houdt.
Maar hij weet ook dat als hij morgen
een school opricht die de lokalen volledig
computerloos houdt, hij deze
moeiteloos gevuld krijgt. "Sommige
hersenfuncties moeten in een
bepaalde leeftijd worden ontwikkeld,
anders is het te laat", zegt Schoorel.
Als kinderen achter de computer
hangen, blijft die ontwikkeling achter
en loopt het taal- en spraakvermogen
ernstige schade op. "Ze scoren daardoor
intellectueel en creatief lager."
Tot hun zestiende geen computers in
de klas, adviseert de kinderarts.
Daarna kunnen ze in een paar maanden
de technische vaardigheden ontwikkelen
die nodig zijn om een computer
te bedienen. Kinderen moeten
naar buiten: bewegen, spelen, mensen
ontmoeten, de wereld ontdekken.
Dwarser op de gestage stroom berichten
en onderzoeken dat de computer
meer ruimte in de klas moet veroveren,
krijg je ze niet. Zomaar drie
berichten van de afgelopen maanden:
‘Leraren krijgen tijdens hun opleiding
te weinig kennis mee over internet’,
‘driekwart van de kinderen tussen de
10 en 14 jaar wil op school vaker les
over internet’ en ‘de digitale kloof
tussen leraar en leerling is onoverbrugbaar
geworden’. Een advies dat
de Onderwijsraad begin september
presenteerde, heeft dezelfde teneur:
de computers staan inmiddels aangesloten
en wel in de klas, maar daar
wordt nog veel te weinig gebruik van
gemaakt. "Het lijkt er zelfs op dat er
een steeds grotere kloof is tussen de
mogelijkheden van ICT en de daadwerkelijke
benutting door leraren en
onderwijsinstellingen", ziet de
Onderwijsraad. "Als leerlingen en
studenten geconfronteerd worden
met onderwijs dat de mogelijkheden
van ICT onvoldoende benut, is de
kans groot dat zij hierdoor gedemotiveerd
raken."
Kinderarts Edmond Schoorel moet er wat om lachen en uit het basisonderwijs zelf klinkt verzet. Kinderen die gedemotiveerd raken als de computer in de klas te weinig aan staat? Leerkracht Hieke Langhorst van christelijke basisschool Het Kompas in Meppel is het er hartelijk mee oneens. "De leerkracht was altijd de belangrijkste motiverende factor, en dat is nog steeds zo." Leerkrachten die in de klas de goede voorwaarden scheppen, krijgen hun leerlingen echt wel mee, zegt Langhorst. "Regelmaat en rust, daar gaat het om. Een beetje ouderwets misschien, maar wel belangrijk." Bij de talloze onderzoeken en adviesrapporten op het gebied van ict en onderwijs is de uitkomst vooral afhankelijk van hoe de schrijvers voorgesorteerd zijn, vreest kinderarts Schoorel, tevens auteur van de brochure Kind beeld & scherm, gids voor ouders. "Het is maar net hoe je kijkt. Veel hangt af van de interpretatie van onderzoek. Ik ben niet zo gelovig in de ICT. Als je dat wel bent en denkt dat het de toekomst is, ga je dat ook zien."
Dr. Justine Pardoen, gespecialiseerd in mediaopvoeding en begeleiding van het internetgedrag van kinderen, zet ook stevige vraagtekens bij het verband tussen ICT-gebruik op scholen en de motivatie van kinderen. "Wat een onzin. Er zijn allerlei dingen belangrijk voor motivatie, maar dat staat of valt niet met computers. Het gaat toch om een inspirerende leerkracht. Het klinkt als wishful thinking. Er moet natuurlijk een urgentie gecreëerd worden om scholen aan de gang te krijgen."
Pardoen, hoofdredacteur van Ouders Online (www.ouders.nl), schrijver van onder meer het handboek voor ouders Mijn kind online en de website www.mijnkindonline.nl, ziet een heel andere praktijk. "Kinderen zijn prima te motiveren zonder computer. Sterker nog: kinderen die thuis de hele dag achter de computer mogen, vinden het heerlijk om dat een tijdje niet te hoeven. Er zijn voorhoedescholen waar leerlingen helemaal opgelucht zijn als ze een keertje niet achter de computer hoeven."
Ze wijst op de vrijescholen, die computers buiten de klas houden en toch prima functioneren. "Je moet niet rigide zeggen: we doen het wel of niet, maar steeds bedenken: wat is ons doel, waarom zouden we dat middel inzetten? Want meer dan een middel is het niet."
Wat op scholen wel vaak ontbreekt, is een gedocumenteerd standpunt wat ze met computers en ICT willen, vindt Pardoen. "Het gaat nu heel erg hapsnap: ‘O, we kunnen een digibord krijgen, wie heeft er zin in?’ Het kan ook niet in een keer goed gaan, daar gaat een aantal generaties schoolkinderen overheen. Maar een visie ‘we doen het niet’ is net zo goed als ‘we doen het wel’, als je het maar kunt uitleggen."
Razend moeilijk
Voor het rapport van de Onderwijsraad
werd onder meer dr. Jos Zuylen
geďnterviewd. Hij is gepromoveerd op
lesobservatie en bekeek daarvoor
duizenden lessen. De motivatie voor
leren in schoolse situaties is belabberd,
constateert hij. "Ik kan dat niet
anders constateren. We moeten er
alles voor doen om dat te verbeteren.
Want kinderen zijn van nature gemotiveerd
om te leren, maar het is
razend moeilijk om schools leren
inspirerend te maken. Want anderen
stellen de doelen voor je." De computer
heeft op kinderen "zo enorm veel
aantrekkingskracht, dat is sensationeel",
zegt Zuylen. Hij vindt het
logisch dat ICT daarom als belangrijke
motivatiefactor voor het onderwijs
wordt gezien. " Je moet het zo proberen
aan te kleden dat kinderen willen
leren. De computer kan ons helpen
om het onderwijs inspirerender te
maken."
Toch levert een belrondje langs een aantal basisscholen over het verband tussen ICT en motivatie maar weinig herkenning op "Nogal kort door de bocht", vindt Ina Vergunst. Ze geeft les op Het Mosterdzaadje in Gortel, een basisschool voor reformatorisch onderwijs. "Elk kind is absoluut enthousiast als het een computer voor de neus krijgt gezet, maar een boek met platen motiveert kinderen ook. Zet een hoed op, praat met een andere stem, en ze liggen aan je voeten."
Is de computer in de klas onmisbaar geworden? "Ja", twijfelt de leerkracht van de groepen 3, 4 en 5. "De computer is onmisbaar in de samenleving, en dus ook in het onderwijs." Voor bijvoorbeeld zwakke leerlingen kan het beeldscherm en de muis een uitkomst zijn. "Als je in een gewoon schriftje moet werken, krijg je dat later gecorrigeerd terug. Een computer werkt veel leuker. Daar krijg je direct respons op wat je gedaan hebt. Als je een spellingfout maakt, komt er een poppetje in beeld en klinkt er een versje bij. Zo’n speelse manier spreek enorm aan."
De leerlingen kunnen hun spelling zo spelenderwijs verbeteren, oefenen aan een stuk door en vinden het nog leuk ook. Maak er vooral gebruik van, vindt Ina Vergunst. Maar, voegt ze er aan toe, staar je er niet op blind en vergeet niet dat er nog heel veel andere manieren zijn om kinderen in de benen te krijgen. In Gortel hadden ze pas nog een schoolproject, waarbij kinderen hun geboortekaartje aan hun ouders vragen en de geboortekaartjes van hun ouders en opa’s en oma’s. Ze dachten na over het verleden en over hoe hun gezin en familie in elkaar steekt. "Daar werden ze pas enthousiast van", zegt de juf. "Als je hun interesse wekt, heb je geen computer meer nodig."
Het gaat niet om de computer, het gaat ook niet om voorlezen, theater of een schoolproject, maar om de combinatie in de juiste dosering. Dat is tenmiste de ervaring van Wim Dunning, leerkracht van groep 7 van gereformeerde basisschool De Planthof in Emmeloord. "Voor kinderen is afwisseling belangrijk. Als ze alleen maar moeten schrijven en lesjes invullen, zijn ze het gauw zat. Ik merk wel dat je sneller moet afwisselen dan vroeger. Ik sta sinds 1980 voor de klas en die afwisseling moet steeds sneller. Na een kwartier, twintig minuten is het tijd voor een volgende opdracht."
Een kwartiertje computeren in het vooruitzicht kan geweldig motiverend werken, merkt hij. "Bijvoorbeeld als ze voor geschiedenis iets op internet mogen opzoeken over Aletta Jacobs. Maar een mooi geschiedenisverhaal vinden ze minstens zo leuk." Nee, Dunning is geen computerhater. "Helemaal niet. Je kunt er ook heel educatieve dingen op doen. Maar de computer is slechts één aspect van het onderwijs. Ik heb vier computers in de klas, die staan van halftien tot halftwaalf eigenlijk altijd wel aan. Maar ik denk dat ik best zonder kan als we dat een maandje proberen." Wim Dunning is 52 en wil alle ICTvernieuwingen echt niet uit de weg gaan. "Hier op school hebben we nu een digibord, dat zou ik best in de klas willen hebben. Dat werkt bijzonder mooi. Maar ik blijf ook verhalen vertellen, dat verandert niet."
Hieke Langhorst van Het Kompas in Meppel is van dezelfde lijn. Ze werkt dit jaar voor het eerst met een digitaal schoolbord en maakt waar het kan gebruik van al het technische moois. "Bij geschiedenis zoek je er nu al gauw een filmpje bij. Dat is ook niet erg, als de geschiedenisverhalen maar niet verdwijnen. Dat gebeurt denk ik ook niet snel. Een echte leerkracht houdt van vertellen."
De computer in de klas gebruikt ze uitsluitend voor educatieve doeleinden. "Er zijn ook wel leerspellen, dat is een combinatie van leren en ontspanning. Maar altijd met een educatief doel. Als kinderen bijvoorbeeld een woordpakket moeten leren, kunnen ze oefenen op de computer. Dat scheelt veel tijd en is erg makkelijk." Maar de leerkrachten op de protestants- christelijke basisschool in Meppel houden de regie over het computergebruik. "De computer gaat nooit aan zonder mijn toestemming", zegt Langhorst beslist. "En de kinderen mogen ook niet zomaar het internet op. Ze mogen wel eens wat opzoeken, maar dat houden we dan wel in de gaten. Ook als kinderen overblijven en het buiten regent, mogen ze niet zomaar op de computer. We proberen ze te leren om goed met internet om te gaan. Daar gaan we ook met elkaar over in gesprek."
Argumenten
Kinderarts Schoorel ("Ik ben net
zomin tegen ICT als tegen elektrisch
licht") laat zich graag met argumenten
overtuigen, maar zolang hij die
niet in handen krijgt, blijft hij erbij
dat zestien jaar voor leerlingen vroeg
genoeg is om kennis te maken met de
computer. "Het staat buiten kijf dat
kinderen in de loop van hun onderwijscarričre
thuis moeten raken in
moderne media. Maar de vraag is in
welke mate en wanneer. Ik ken geen
onderzoek dat aantoont dat je een
achterstand oploopt als je dat later
introduceert. Wel heb ik cijfers dat
kinderen die met veel moderne
media opgroeien, een achterstand
oplopen in hun ontwikkeling en in
spraak/taalontwikkeling en intellectuele
vorming. Als je communicatief
een beetje kwetsbaar bent, is er het
levensgrote risico dat kinderen zich
terugtrekken achter het beeldscherm
en de echte ontmoetingen kwijtraken.
Sociale contacten worden niet
bevorderd, niet in het gezin, niet in
de buurt."
De werkelijkheid is belangrijker dan de virtuele werkelijkheid, is het motto van de kinderarts. "De vraag is hoe je kinderen het beste toerust tot mondige, creatieve, zelfstandige burgers. Hebben ze dan veel aan computers op school of hebben ze er misschien hinder van? Het kan voor geen enkel kind kwaad om met de echte werkelijkheid in contact te komen en gewone mensen te ontmoeten die niet virtueel zijn of op een scherm reageren, maar die je echt tegenkomt en die leuk of stom reageren, een grote mond geven of heel aardig zijn, kortom: waar je echt mee kunt communiceren."
Bron: Nederlands Dagblad 20 september 2008




