"Informatie met informatie bestrijden"
Groen-Linkser Dibi pleit voor media-educatie
29 juni 2007
„Er is een enorme seksualisering van de samenleving gaande via de moderne media. Dat heeft gevolgen voor de manier waarop jongeren later in het leven staan. Daarom moeten scholen hun leerlingen toerusten.”
Een citaat waar een Kamerlid met een christelijke achtergrond zich niet voor hoeft te schamen. Het komt echter niet uit de mond van een christendemocraat, een ChristenUnie-Kamerlid of een staatkundig gereformeerde; ook is het niet uitgesproken door PvdA-Kamerlid Dijsselbloem, die keer op keer de samenleving de spiegel voorhoudt bij uitwassen in de media. Nee, het is een GroenLinks-Kamerlid die dit zegt.
De 26-jarige Tofik Dibi, geboren in Vlissingen, is derdejaars student media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. In november vorig jaar kwam hij voor GroenLinks in de Tweede Kamer.
Tijdens zijn studie kwam Dibi, van Turkse afkomst, erachter hoe groot de invloed van media op het leven van kinderen is. „Het mediagebruik is in de achterliggende jaren spectaculair veranderd. Ouders weten vaak niet waar hun kinderen mee bezig zijn.”
Als voorbeeld noemt het Kamerlid de vele seksuele beelden waarmee kinderen worden geconfronteerd. „Kinderen kunnen daar erg van schrikken. Het kan ook zo zijn dat ze daardoor zelf eerder seksuele handelingen verrichten. Anderen weten hun grenzen niet en denken -bijvoorbeeld door videoclips op muziekzenders- dat alles mag en kan.”
Ook aan het zien van veel geweld in films, video’s en spelletjes kleven volgens de GroenLinkser gevaren. „Ik durf niet te stellen dat het zien van geweld ook daadwerkelijk geweld uitlokt. Maar wat je wel ziet is dat veel kinderen fictie en werkelijkheid door elkaar gaan halen. Dat is ongewenst.”
Ook de vele reclame-uitingen waarmee kinderen op allerlei manieren mee worden geconfronteerd, hebben een negatieve invloed. „Fabrikanten wekken met reclames de suggestie dat je gelukkiger wordt van hun product. Als er een leuk speeltje in een chipszak zit, doet de fabrikant dat niet om de jeugd te plezieren, maar om ervoor te zorgen dat ouders het product aanschaffen. Van veel voeding die via reclame aan jongeren wordt opgedrongen, ontstaat ook nog eens vetzucht.”
Dibi presenteert daarom dinsdag een initiatiefwetsvoorstel dat scholen verplicht zich bezig te houden met media-educatie. „Scholen moeten laten zien dat seksualiteit bijzonder is, dat er geweld voorkomt in films en spelletjes, dat reclame dient om mensen te verleiden. En kinderen moeten grenzen leren.”
Waarom komt GroenLinks met dit voorstel? Behoort de partij nu ook tot de elite die meer moraal predikt?
„Wij vinden dat er onvoldoende oog is voor de negatieve aspecten van de media. Maar ik wil niet werken met verboden. Ik zie niets in een verbod op zoiets als een donorshow. Ik zal niet meewerken aan een verbod op een extreem gewelddadig spel. Ik voel niets voor een verbod op videoclips.
Ik vind dat we kinderen en leerlingen weerbaar moeten maken. We moeten ze toerusten om goed met de media om te gaan. Laten ouders niet denken dat ze door filters de beelden die ze niet wensen buiten de deur houden. Dat is een illusie. Op enig moment worden ze er thuis of bij iemand anders mee geconfronteerd. Ik pleit ervoor om kinderen daarin te begeleiden en aan de hand te nemen. Laat ze maar eens een clip, film of spel zien en dat met de leerkracht bespreken in de klas.”
Anderzijds vindt Dibi dat scholen ook de mooie kant van de media moeten laten zien. „Je bent als leerling vandaag de dag in staat om heel veel mooie en goede informatie te vinden. Ook kun je bijvoorbeeld via de computer contact leggen met leeftijdsgenoten aan de andere kant van de wereld.”
Wat gaat u scholen voorschrijven?
„Niet veel. Alleen dat ze verplicht zijn om media-educatie te geven. Over het aantal uren en de vorm doe ik geen uitspraak. Daarin wil ik de scholen vrijlaten. Maar ik zou wel graag zien dat er lesmethodes komen waarmee scholen aan de slag gaan. Elke school doet dat wat mij betreft vanuit zijn eigen idealen. Kinderen raken soms in de war van de hoeveelheid informatie die ze krijgen. Daar moeten scholen hun opvoedende informatie tegenover stellen. Zo gaan we informatie met informatie bestrijden.”
Bron: Reformatorisch Dagblad




