Digitale eenzaamheid
14 mei 2009
Wat betekent het als je driehonderd vrienden op Hyves hebt? Ben je dan minder eenzaam dan het jongetje van een halve eeuw geleden dat alleen zijn vriendjes in de straat had om mee te spelen? Of heeft de elektronische variant van vriendschap een nieuwe vorm van eenzaamheid geschapen: digitale eenzaamheid? Aangesloten op driehonderd vrienden, maar eenzamer dan ooit?
Ontegenzeglijk heeft internet ongekende
nieuwe mogelijkheden tot
communicatie gebracht.
Een brief naar familie in Canada
was vroeger twee weken onderweg.
En het duurde nog eens twee
weken voor je een antwoord had.
Tegenwoordig is de enige vertraging
tussen heen en weer het geografische
tijdverschil dat maakt dat
je oom nog op één oor lag toen je je
mailtje verstuurde en dus pas enkele
uren later een antwoord stuurt.
Moeiteloos communiceer je met
mensen van over heel de wereld,
inclusief mensen die je misschien
nog nooit in levenden lijve hebt
ontmoet. Steeds meer verloopt die
communicatie via zogenaamde
elektronische gemeenschappen.
Hyves is daar een voorbeeld van.
Je kunt van jezelf een profiel aanmaken,
waarin je jezelf voorstelt,
niet aan een concreet iemand,
maar aan iedereen die maar de
moeite wil nemen om naar dat
profiel te kijken. Ieder ander kan
voor zichzelf beoordelen of er in
dat profiel (voldoende) elementen
zijn die contact via internet de
moeite waard maken. Zo kan een
elektronische vriendschap ontstaan,
ook wanneer je iemand nog
nooit buiten internet gezien hebt.
Digitale kerk
Niet alleen door deze wederzijdse
communicatie zijn de mogelijkheden
tot het vormen van vriendschappen
en gemeenschappen
toegenomen. Ook via eenzijdige
communicatie kan dat. Ik denk bijvoorbeeld
aan de mogelijkheden
om via internet een kerkdienst
‘live’ mee te beleven. Natuurlijk
kon dat met de goede oude kerktelefoon
ook al, maar niet in die
mate als via internet. Nu kan ik
kiezen bij welke kerkdienst ik
virtueel aanschuif. Misschien de
dienst van de gemeente waartoe
ik eigenlijk behoor (hoewel, wat
betekent dat nog als ik de meeste
tijd met een andere gemeente
meeluister), maar mogelijk een
heel andere dienst. Hoezo, meer
betrokkenheid?
Lichamelijkheid
Waarom blijkt nu in de praktijk
dat vele mensen achter de computer
vereenzamen? De techniekfilosoof
Hubert Dreyfus heeft er
in zijn boekje On the Internet op
gewezen dat bij internet onze
lichamelijkheid niet meedoet in
het contact met mensen, en dat
dit een probleem is omdat wij als
mensen ook een lichamelijke kant
hebben. Deze notie kunnen we
vanuit een bijbels mensbeeld van
harte onderschrijven. Lichamelijkheid
is door God gewild en het is
goed om daar recht aan te doen.
Als we dit ontkennen, merken we
dat onze natuur protesteert. We
ervaren wel degelijk het verschil
tussen fysiek elkaar een hand
geven en elkaar direct in de ogen
kijken of alleen via een webcam
en een toetsenbord met elkaar in
verbinding staan.
Niet voor niets is de hele ontwikkeling in de mediatechnologie erop gericht bij de elektronische communicatie steeds meer zintuigen te betrekken. Bij een brief communiceren we alleen via symbolen die we met de ogen lezen. Toen de telefoon kwam konden we onze oren inschakelen. Het contact via internet verliep oorspronkelijk alleen via gelezen woorden, maar ook daar werd, door webcams, het oogcontact aan toegevoegd. Momenteel wordt er hard aan gewerkt om zelfs tastzin toe te voegen (via handschoenen met actuatoren die plaatselijk harder of minder hard tegen de huid aandrukken). En toch is het allemaal nog steeds niet gelijk aan fysiek in dezelfde ruimte aanwezig zijn met die ander. Ons lichaam laat zich niet voor de gek houden.
Vrijblijvendheid
Welk gevaar levert dit op? Dit:
dat er een enorme vrijblijvendheid
ontstaat in onze elektronische
contacten. Een deel van onszelf
doet immers toch niet mee. Het is
maar een heel beperkte vorm van
contact. Het is makkelijk om driehonderd
vrienden te maken, want
je bent hun niets verplicht en zij
jou ook niet. Maar je kunt je wel
afvragen wat de kwaliteit van die
vriendschappen is. Weliswaar ben
je vrij van verplichtingen, maar je
hebt ook niemand die zich aan jou
iets verplicht voelt.
Overigens past dit naadloos in het
postmoderne denken, waarin ieder
individu zijn eigen identiteit heeft
en zich aan niets of niemand bindt.
Je relatie met de kerk kan ook zo’n
vrijblijvendheid gaan vertonen.
Denk maar aan het virtueel bijwonen
van kerkdiensten. Je kunt
heerlijk postmodern kiezen welke
waarheid je vandaag wilt horen,
maar van enige binding aan een
kerk of gemeente is – als je niet oppast
– nauwelijks meer sprake.
Het tegenovergestelde van vrijblijvendheid is toewijding. Daar is in onze tijd schreeuwend gebrek aan, zowel binnen als buiten de kerken en groepen. Ik bedoel dan zowel toewijding aan God als aan elkaar. Kerken en gemeenten brokkelen af, omdat er geen ware toewijding aan God meer is. Zeker, we willen wel eens wat doen, maar het moet niet tot een verplichting worden. Hetzelfde geldt in onze sociale contacten. Het gevolg? Vrijheid, blijheid? Nee, vrijheid, eenzaamheid!
Aanvulling
Elektronische vriendschappen en
gemeenschappen kunnen alleen
een aanvulling zijn op vormen
van vriendschap en gemeenschap
die echte toewijding vragen. Dan
kunnen ze ook een goede rol vervullen
waneer je noodgedwongen
of vrijwillig voor een tijdlang van
de aanwezigheid van de ander
verstoken bent.
Ook het elektronisch bezoeken van
kerkdiensten kan alleen maar aanvulling
zijn op het fysiek bezoeken
van kerkdiensten of samenkomsten.
De vrijblijvendheid van elektronisch
contact leidt tot verlies
van ware toewijding aan God en
tot eenzaamheid, alle elektronische
vriendschappen ten spijt. Gebruik
van de moderne media moet
daarom altijd met enige terughoudendheid
gebeuren. We moeten
voordurend beseffen wat de beperkingen
ervan zijn. Anders kunnen
we de verleiding van vrijblijvende
relaties en gemeenschappen waarschijnlijk
niet weerstaan.
Dit artikel is geschreven door Marc de Vries en is verschenen in De Oogst, maandblad van de stichting Tot heil des volks, mei 2009, p. 14-15.




