Kamervragen over games
22 mei 2009
In het voorjaar van 2009 heeft Kamerlid Sterk (CDA) vragen gesteld aan de ministers voor Jeugd en Gezin en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de koppeling van leeftijd aan internetgames.
Bent u bekend met het artikel
"Leeftijd koppelen aan internetspel"
en de resultaten van het onderzoek
van de stichting Mijn Kind
Online?
Ja.
Deelt u de mening dat het spelen van
gewelddadige internetspelletjes zeer
schadelijk is voor jonge kinderen, en
dat het een taak van de overheid is te
bevorderen, via de haar geëigende
instrumenten, dat de geschiktheid
van games voor ouders inzichtelijk is?
Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Net als voor films, dvd’s en
televisieprogramma’s geldt, zijn vele
wetenschappers het erover eens dat
ook spelletjes op internet die
gewelddadige beelden bevatten
schadelijk kunnen zijn voor te jonge
kinderen. Het beschermen van
minderjarigen tegen mogelijk
schadelijke beelden is mede een taak
van de overheid. De uiteindelijke
verantwoordelijkheid over wat met
name jonge kinderen te zien krijgen
ligt vanzelfsprekend bij ouders zelf.
Het is echter aan de overheid en de
branche om ervoor zorg te dragen dat
ouders voldoende toegerust worden
om deze verantwoordelijkheid te
kunnen nemen. Via het systeem van
co-regulering is de Kijkwijzer
ingesteld voor televisieprogramma’s,
film en dvd. Het Nederlands Instituut
voor de Classificatie van Audiovisuele
Media (NICAM) is hiervoor
verantwoordelijk.
Games worden wereldwijd verspreid
en de meeste spellen die in Europa
verkocht worden, zijn in alle landen
identiek. Daarom heeft de
gamebranche gekozen voor één
gezamenlijk Europees
classificatiesysteem op grond van
zelfregulering; PEGI.
Het PEGI systeem wordt toegepast op
de "echte games"die geproduceerd
worden door professionele
(gevestigde) bedrijven (zoals Sony,
Nintendo, Microsoft en Electronic
Arts). In 2006 is met behulp van de
Europese Commissie PEGI Online
ontwikkeld voor games die online
gespeeld worden. PEGI Online was
oorspronkelijk met name bedoeld
voor games waarbij meerdere
mensen online tegen elkaar kunnen
spelen (zgn multi-player games). Het
is dus niet direct geschikt voor de
online spelletjes waar het onderzoek
van Mijn Kind Online betrekking op
heeft. Dit onderzoek richt zich op een
andere relatief nieuwe tak binnen het
game-veld en gaat over
mini-spelletjes die online individueel
gespeeld worden en sites waarop zij
worden aangeboden. Tot op heden
heeft de Interactive Software
Federation of Europe (ISFE), de
organisatie achter de ontwikkeling
van PEGI (Online) zich hier dan ook
niet op gericht. Omdat deze vorm van
zogeheten "casual games" door veel
jonge kinderen gespeeld wordt en er
– zoals het rapport heeft aangetoond
– (veel) geweld in voorkomt, acht ik
het van groot belang dat ook hiervoor
het PEGI-systeem (of vorm daarvan)
wordt ingezet.
Bent u al in gesprek met Nederlands
Instituut voor de Classificatie van
Audiovisuele Media (NICAM)
over het bevorderen van een Pan
European Game
Information-classificatiesysteem
(vergelijkbaar met Kijkwijzer) voor
internetgames, en bent u van plan
om kennis over het bestaan van een
dergelijk systeem te bevorderen?
Het NICAM en het ISFE zijn
momenteel bezig PEGI Online
geschikt te maken voor websites met
casual games. Het NICAM heeft mij
laten weten dat in de loop van dit jaar
een toepassing wordt verwacht
waarmee casual games efficiënt
geclassificeerd kunnen worden.
Daarmee wordt het mogelijk ratings
aan deze casual games te verbinden
en het aantal aanbieders dat
aangesloten is bij PEGI Online
drastisch uit te breiden. Overigens
hebben een aantal Nederlandse
casual game websites (waaronder de
belangrijkste www.spele.nl) zich naar
aanleiding van het rapport van Mijn
Kind Online al tot het NICAM
gewend. Zij tonen daarmee aan hun
verantwoordelijkheid te willen nemen
en dat waardeer ik zeer.
Zoals gezegd is het spelletjesaanbod op internet zeer internationaal. Vanuit Nederland kunnen wij niet alle aanbieders stimuleren tot zelfregulering. Het NICAM en haar collega Video Standards Council (VSC) in het Vereningd Koninkrijk, zullen dit jaar zelf actief spelletjessites gaan benaderen en hen stimuleren PEGI Online te gaan gebruiken. Hopelijk ontstaat hierdoor een sneeuwbaleffect en leidt het ertoe dat de desbetreffende bedrijven ook zelf zien dat zij verantwoordelijkheid dienen te nemen.
Vanwege de aard van het internet zal dit echter nooit 100% van de aanbieders worden. Maar het kan wel een belangrijke bijdrage leveren.
Welke rol ziet u weggelegd bij het
bevorderen van kennis bij ouders
over filterprogramma’s op de
computer die gekoppeld kunnen
worden aan de leeftijds-classificatie
van websites?
Er zijn tal van technologische
hulpmiddelen beschikbaar die, mits
goed gebruikt, ouders kunnen helpen
te voorkomen dat kinderen een voor
hen nog niet geschikt spel spelen of
niet geschikte content zien. Zo zijn er
speciale (gratis) filterprogramma’s die
op basis van black-listing of
white-listing werken. Ouders en
opvoeders kunnen met behulp van
deze programma’s eenvoudig
bepalen welke sites zij geschikt
achten voor hun kind. Een bekend en
gratis Nederlands voorbeeld is
Mybee (www.mybee.nl). Tevens zijn
op besturingssystemen als Vista en
Mac OS X eenvoudig profielen aan te
maken waarop ouders en
toezichthouders op basis van een
profiel en wachtwoord zelf kunnen
bepalen welke games hun kinderen
mogen spelen en welke websites
bezocht kunnen worden. Ook op
spelcomputers als van de fabrikanten
Nintendo, Microsoft en Sony is dit
mogelijk.
De overheid geeft voorlichting over het gebruik van deze middelen maar ook meer specifiek over het spelen van games (zie www.weetwatzegamen.nl) middels het publiek-private programma Digivaardig&Digibewust.
Bron: Handelingen Tweede Kamer met dank aan mw. Sterk
Dit nieuwsbericht staat ook in het dossier Games
Dit nieuwsbericht is geplaatst door Pieter Verrips




